Interprofessioneel Samenwerken
Er wordt over interprofessionele samenwerking gesproken wanneer verschillende professionals samenwerken. Binnen dit krachtenveld is een belangrijke voorwaarde dat wetenschappelijke kennis, professionele kennis én ervaringskennis & ervaringsdeskundigheid evenwaardig worden gezien en benut. Dat vraagt een gerichte attitude en een kritische zelfbeschouwing van de professional.

INTERPROFESSIONEEL SAMENWERKEN
Samenwerking tussen professionals met uiteenlopende expertise en/of ervaring waarbij vanuit een gemeenschappelijke visie & doel een vernieuwende aanpak vormgegeven wordt, die tegemoet komt aan de belangen van de doelgroep.
PRAKTIJKGERICHT WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
- INTERPROFESSIONEEL SAMENWERKEN ALS SUCCESFACTOR VOOR INCLUSIEF ONDERWIJS-
De voorbije jaren voerden we participatief actieonderzoek naar de interprofessionele samenwerking binnen de context van (inclusief) onderwijs.
We gingen SAMEN met het werkveld - vanuit de reeds aanwezige ervaring, expertise en inspirerende praktijken in Vlaanderen - op zoek naar bouwstenen om verbindend en duurzaam samen te kunnen werken in het ondersteunen van leerling, leerkracht en school. In wat volgt een aantal opmerkelijke vaststellingen uit het onderzoek:

Uit wettelijke kaders en wetenschappelijke literatuur rond samenwerken voor krachtig inclusief onderwijs:

In dit onderzoek gingen wij op zoek naar de KANSEN, die het uitbouwen van krachtig en duurzaam interprofessioneel samenwerken, kunnen versterken.
We verzamelden heel wat informatie uit het werkveld omtrent de actuele gang van zaken rond dat actief samen bouwen aan afgestemde zorg en onderwijs voor elke leerling en wogen de hieruit voortgekomen ideeën en patronen af tegen de inzichten rond interprofessioneel samenwerken uit de wetenschappelijke literatuur.
Samenwerking in een inclusieve context is gelaagd en kent verschillende intensiteiten. Bij het bepalen van vorm en inrichting van de samenwerking moeten we vertrekken vanuit het doel, de intentie, die we voor ogen hebben met de samenwerking. In de praktijk konden we een aantal vormen van samenwerking onderscheiden, die enerzijds een andere intentie (doel) dienden; Anderzijds ook wat intensiteit (vorm & inrichting) betreft toch wel wat verschilden van elkaar. Naar het model van Engeström en zoals ook toegepast door Paju e.a. konden we in ons praktijkonderzoek volgende samenwerkingen detecteren tussen verschillende (onderwijs)partners:
- Geen samenwerking = Er wordt "samen"... "gewerkt", elk op zijn eiland, naast elkaar.
- Een coördinerende samenwerking = De intentie ligt vooral bij taken uitvoeren zoals vooraf is vastgelegd. Bijvoorbeeld, de leerkracht delegeert taken aan de leerondersteuner, maar er is geen sprake van gezamenlijke doelen of structurele kennisdeling.
- Een coöperatieve samenwerking = Er wordt een tijdelijk gedeeld engagement opgezet tussen partners om een specifiek probleem op te lossen (bijv. een interventie voor één leerling). Er wordt afgeweken van de normale gang van zaken, maar onderliggende structuren worden niet herdacht.
- Een verbindende samenwerking = Als gelijkwaardige partners met diverse achtergronden ontwikkelt men, vanuit een gemeenschappelijk doel, met veel aandacht voor onderlinge verbinding, reflectieve communicatie en gedeelde verantwoordelijkheid, betere, sterkere en duurzame oplossingen.
In wat volgt verdiepen we ons in de samenwerking in de laatste vorm: verbindende samenwerking.
Bij verbindende samenwerking staan reflectieve communicatie, verbinden met de ander en samen leren, ontwikkelen en innoveren centraal. Dit is de meest effectieve vorm van samenwerken om (inclusief) kwaliteitsvol onderwijs voor elke leerling te realiseren.
Om deze vorm van samenwerking duurzaam en krachtig te kunnen realiseren, bracht ons onderzoek ons
bij vier bouwstenen/ hoofdingrediënten voor het bouwen aan krachtig en duurzaam interprofessioneel samenwerken:
1. Identiteit - Eigen expertise & grenzen kennen
2. Netwerk - Andere professionals in kaart brengen
3. Organisatie - Samenwerking afstemmen
4. Verbinding – Samen leren, ontwikkelen en innoveren
We belichten, in wat volgt, beknopt per bouwsteen enkele elementen van belang om bewust bij stil te staan. Elke kaart maakt deel uit van een reflectiewaaier. Een klik op de kaart, brengt je bij de gehele waaier.
Wil je meer weten over wat het gevoerde participatief actieonderzoek en onderbouwing vanuit (internationale) wetenschappelijke literatuur hebben opgeleverd, dan kan je hier de rapportering opvragen en verder lezen.
IDENTITEIT
Eigen expertise & grenzen kennen
BOUWSTEEN 1. IDENTITEIT - Ken je eigen expertise en grenzen -
Interprofessioneel samenwerken vraagt om professionals die niet alleen goed zijn in hun eigen vak, maar ook in staat zijn om verbindingen te leggen met andere disciplines. Dit type professional wordt vaak omschreven als een T-shaped professional (Oskam, 2009[1], Van Zaalen,Y., Mulderij, M., Deckers,S. (2020)[2]).
De T-shape laat zien wat belangrijk is in je werk, en om samen te werken. Horizontaal vinden we je generieke vaardigheden. Dat zijn de vaardigheden die je gebruikt om goed samen te werken met anderen buiten je eigen vakgebied: over de grenzen van je eigen vakgebied durven kijken, samen leren van en met elkaar. Generieke vaardigheden maken ons sterk in samenwerken, communicatie (gedeelde taal) ,omgaan met verschillen en stellen ons in staat om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken en verbinding te leggen met andere (ervarings-)professionals, onze interprofessionele identiteit (Reinders, 2020[3]).
Verticaal zien we je specialistische kennis en vaardigheden: ‘goed zijn in je vak’, een sterke vakbekwaamheid in je eigen expertisegebied. Deze vaardigheden stellen je in staat om zelfbewust unieke waarde toe te voegen binnen het team. Dit is je professionele identiteit, die kleur geeft aan de verbinding tussen wie je bent, het werk dat je doet en de context waarin je dat vormgeeft (Ruijters, 2015[4]). Door aandacht te besteden aan de professionele identiteit krijgt de professional een stevige basis in een context waarin steeds nieuwe eisen worden gesteld aan het professioneel handelen en de professionele ontwikkeling, aldus Ruijters et al. (2015). Meer nog, door bewust te zijn van je eigen (professionele) identiteit, ontstaat er ruimte om respectvol en waarderend om te gaan met andere en complexe situaties. Het verkrijgen van inzicht in je eigen professionele identiteit is dus belangrijk in het kader van interprofessionele samenwerking (Van Dongen en Goossens, 2018[5]).
Vandaag zien we in het Vlaamse werkveld dat partners in het samenwerkingsverband vaak te weinig zicht hebben op wie zij zelf als professional zijn en nog minder wie de andere professional rond de tafel is. Hier moet bewuster op ingezet worden (Janssens & Van Eynde, 2025).
Wanneer verschillende T-shaped professionals (Bv.: leraar, ouder, CLB-anker, leerondersteuner, zorgco, …) samenkomen, ontstaat een interprofessioneel team. De overlap in de horizontale balk zorgt ervoor dat je elkaars 'taal' spreekt zonder je eigen expertise te verliezen. Bovendien kijkt een T-shaped professional dus niet alleen vanuit het eigen referentiekader naar de situatie, maar kan hij ook benaderen vanuit het referentiekader van andere (ervarings)professionals.

[1] Oskam, I.F. (2009). T-shaped engineers for interdisciplinary innovation: an attractive perspective for young people as well as a must for innovative organisations. Hogeschool van Amsterdam, University of Applied Science.
1000 BA Amsterdam, the Netherlands (i.f.oskam@hva.nl)
[2] Van Zaalen,Y., Mulderij, M., Deckers,S. (2020). Interprofessioneel communiceren in zorg en welzijn. Uitgeverij Coutinho.
[3] Reinders, J.J. (2020). The development and psychometric evolution of an interprofessional identity medicure: Extended Professional Identity Scale (EPIS).
[4] Ruijters, M.C.P.(2015). Je binnenste buiten: Over professionele identiteit in organisaties. Boom uitgeverij.
[5] van Dongen JJJ, Cobben C, van Bokhoven L, Daniëls R. (2018). Best practices interprofessionele samenwerking. Boekbijdrage in: Innovatieve teams en interprofessionalisering. Uitgeverij Coutinho.
NETWERK
Andere professionals in kaart

BOUWSTEEN 2. Netwerk – andere professionals in kaart brengen
Teamdiversiteit vormt de basis voor interprofessioneel samenwerken. Er moet een verscheidenheid aan expertise en complementaire vaardigheden, kennis en perspectieven ( competenties) aanwezig zijn om uitdagingen in de klaspraktijk te kunnen ondersteunen en begeleiden op maat van elke leerling in die klas. Binnen een interprofessionele samenwerking bewust het netwerk nagaan, kan interessante input opleveren.
Een waardevolle insteek om werk te maken van een duidelijk in- en overzicht van het interprofessionele netwerk halen we uit onderzoek van Sannen (2020[1]). In dit onderzoek wordt gesteld dat er voor het uitbouwen van een krachtige professionele samenwerking een aantal belangrijke parameters te verkennen zijn om het netwerk bloot te leggen. Deze parameters zijn zeker van belang wanneer we inzicht en overzicht willen over de interprofessionele samenwerking tussen de verschillende partners. Sannen (2020) spreekt over vier parameters: densiteit, centraliteit, diversiteit wat betreft kennis & ervaring, en doelgerichtheid.
1. Vele verbindingen (Densiteit)
Het gaat hier om de mate waarin teamleden onderling verbonden zijn door het vragen en geven van ondersteuning (co-teaching, materiaal, emotionele steun). Het is belangrijk dat er voldoende verbindingen zijn in het netwerk en dat er dus regelmatig wordt samengewerkt. In een team waar veel wordt samengewerkt, zijn er meer kansen om samen te leren van en met elkaar en hebben leerkrachten sterker het gevoel dat ze als team in staat zijn om uitdagingen aan te gaan en dus, met oog op inclusie, een gepast onderwijsaanbod kunnen bieden voor alle leerlingen.
2. Gedecentraliseerde verantwoordelijkheid (Centraliteit)
Het eigenaarschap ligt bij het hele team, niet bij één persoon. Sterk gecentraliseerde netwerken (waarbij alle vragen naar één expert of bijvoorbeeld de directie gaan) kunnen innovatie belemmeren. Het is belangrijk dat er verbindingen zijn tussen alle teamleden, zodat je je als school flexibel kan aanpassen aan veranderingen. Een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij meerdere partners een rol spelen, bevordert de inclusieve klaspraktijk.
3. Verschillende perspectieven (Diversiteit)
Verschillende perspectieven verrijken de aanpak. Het gaat hierbij zowel om perspectief van interne collega’s als externe partners (zoals Leersteun of CLB). Wil je als school innovatief zijn, is het belangrijk om voldoende diversiteit in jouw netwerk te hebben. Zo kunnen we elkaar inspireren en op nieuwe ideeën komen. In het creëren van inclusieve leeromgevingen kunnen partners buiten het schoolteam, zoals bijvoorbeeld een pedagogisch begeleider, een leerkracht van het buitengewoon onderwijs of ouders van een leerling, waardevolle nieuwe ideeën, informatie en
expertise binnenbrengen.
4. Gedeelde doelen, visie en missie (Doelgerichtheid)
Alle neuzen staan in dezelfde richting. Het gaat hier om formuleren van duidelijke gedeelde doelen (‘Waarom gaan we samen dit proces aan?’) en het hebben van een gedeelde visie of missie. Het gemeenschappelijke doel en gezamenlijke verantwoordelijkheid verbinden met een focus op het leren van de leerling blijkt van grote verbindende waarde.
Het in kaart brengen van deze parameters helpt om meer netwerkbewustzijn te creëren. Het schept kansen om de netwerkgedachte en samenwerkingscompetenties te versterken en zo fragmentatie van de samenwerking tegen te gaan. Wanneer we ons netwerk in kaart brengen, kunnen we bewuster werken naar gedeelde verantwoordelijkheid en de uitbouw van een krachtig, inclusief schoolklimaat.
[1] Sannen, J. (2020). Inclusie Net-Werkt. Het ontrafelen van de school-netwerk-configuraties die inclusief onderwijs bevorderen (Doctoraatsproefschrift). KU Leuven.
ORGANISATIE
Samenwerking afstemmen

BOUWSTEEN 3. ORGANISATIE - Samenwerking afstemmen
Organisatie-overstijgend samenwerken met alle partners aan zet loopt vaak niet vanzelf. Er moet gewerkt worden vanuit een gedeelde visie en voor ieder transparante strategie (richting) van de samenwerking. Samenwerkingspartners hebben nood aan gedeelde taal. Hiertoe moeten we werk maken van het borgen van een gedeelde visie, gezamenlijk doel en plan rond samenwerking: vanuit een gemeenschappelijke visie gezamenlijke doelstellingen formuleren, om dan samen een (zorg)plan op te stellen. Het is noodzakelijk om de waarde van samenwerking een plek te geven in de beleidslijnen. Hierbij moet elke partner binnen de samenwerking voor de eigen organisatie twee zaken nagaan:
1. Heeft de organisatie nagedacht over hoe de samenwerking (aard en intentie) kan aansluiten bij de professionele (collaboratieve) cultuur (visie, waarden, normen, perspectieven,…) van de organisatie rond (inclusief onderwijs realiseren). Hargreaves & O’Connor (2017[1]) wijzen op de invloeden die een cultuur binnen een onderwijssetting kan hebben op de implementatie, de uitvoering en de effecten van professionele samenwerking. Naast de meer praktische uitwerking van een samenwerking, is het belangrijk om ook de (collaboratieve) cultuur na te gaan: Hebben wij stilgestaan bij welke waarden we verbinden met samenwerking? Over welke waarde samenwerking heeft om ons doel te bereiken? Is er nagedacht over welke prioriteiten we willen stellen binnen onze samenwerkingsverbanden?
2. Heeft de organisatie nagedacht over hoe de professionele structuur (vorm en inrichting) van de samenwerking er best kan uitzien zodat de samenwerking duurzaam kan zijn en ons kan helpen bij het realiseren van onze doelen? Is er nagedacht over op welke manier (vorm, intensiteit, …) de samenwerking helpend kan zijn? Wat met structureel tijd inzetten om te overleggen? Wat met training, ondersteuning en professionalisering die mensen in staat stelt efficiënt gebruik te maken van gedeelde middelen/procedures die de samenwerking ondersteunen? Welke rol is weggelegd voor het beleidsvoerend vermogen van de school om samenwerking te faciliteren?
De antwoorden op deze vragen kunnen voor iedere samenwerkingspartner anders zijn (en zijn dat waarschijnlijk ook). Door hier bewust bij stil te staan kan inzichtelijk gemaakt worden waar organisatieverschillen rond samenwerking tussen de verschillende partners liggen en kan het gesprek over samenwerken met elkaar aangegaan worden. Vanuit de gedachte ‘ken eerst jezelf en dan de ander’(van der Star, 2019), kan de dialoog over interprofessioneel samenwerken hier aangestuurd worden. Resultaat zou een borgen van een gedeelde samenwerkingsstrategie moeten zijn met ook aandacht voor fricties en spanningen (zie bouwsteen 4) op bepaalde domeinen.
Tenslotte moeten we om duurzaam en zinvol te kunnen samenwerken met verschillende professionals en ervaringsdeskundigen op een andere manier kijken naar en aan de slag gaan met rollen. Rollen ontstaan vanuit de interactie tussen diegene die verwachtingen stelt en diegene die de verwachtingen interpreteert Katz en Kahn (1978)[2]. We moeten dus allen verwachtingen kennen (rechten, plichten en verantwoordelijkheden), weten welke activiteiten eronder vallen en de gevolgen van de roluitvoering scherp stellen (Schraepen, 2025[3]).
Interessant hier is de dynamische manier (Reinders, 2020) van omgaan met rolverdeling: Benader je netwerk vanuit talenten en kwaliteiten van mensen en stel primair de vraag naar “wie kan wat bijdragen vanuit welke rol?” in plaats van “wat moet je kunnen om een vaststaande functie te kunnen vervullen?”. Door in dialoog te gaan over rollen ontstaat 'flow' of synergie. Wanneer rollen te star zijn, ontstaan conflicten.
[1] Hargreaves, A., & O’Connor, M. K. (2017). Cultures of professional collaboration: their origins and opponents. Journal of professional capital and community, 2(2), 74–85. https://doi.org/10.1108/jpcc-02-2017-0004
[2] Kahn (Katz, D., & Kahn, R.L. (1978). The social Psychology of Organizations (2nd ed.). Wiley.)
[3] Schraepen, B. (2025). Onderwijs ondersteunen. Gids voor leersteuncentra. OWL PRESS.
VERBINDING
Samen leren, ontwikkelen & innoveren

BOUWSTEEN 4. VERBINDEN: Samen Leren en innoveren
Echte impact ontstaat wanneer we professionele diversiteit omarmen. Dit betekent dat we niet louter naast elkaar werken, maar met en van elkaar leren. Het betreft samenwerken vanuit een lerende cultuur.
Om een samenwerking te laten evolueren is reflexiviteit, het vermogen van een team om kritisch te kijken naar de samenwerking en deze aan te passen, een belangrijke randvoorwaarde (Van Dongen en Goossens, 2018[1]). Door open te communiceren over onze rollen en bijdragen, creëren we een gedeelde taal. We stoppen met praten over de ander en beginnen te praten met de ander om gezamenlijk het verschil te maken voor de leerling. In team reflecteren we over hoe we hebben samengewerkt, wat elk onze rol en bijdrage is aan het proces en wat verbeteracties kunnen zijn (Paju et al., 2022[2]). Het vermogen om als groep kritisch naar het gezamenlijk functioneren te kijken en een ontwikkelingsgerichte interactie aan te gaan, vereist inzicht in de eigen professionele identiteit én de professionele identiteit van anderen (zie bouwsteen 1). Deze reflectieve communicatie als samenwerkingsvorm komt weinig tot uiting in de praktijk (Kajamaa & Lahtinen, 2016[3]; Hedegaard-Soerensen et al., 2018[4]; Paju et al., 2022).
Om te begrijpen waarom samenwerken soms zo uitdagend is, kijken we naar de Cultuurhistorische Activiteitstheorie (CHAT) van Yrjö Engeström (1987[5]). Engeström beschrijft dat spanningen en fricties ontstaan als gevolg van het ‘wringen’ of botsen van ‘oude’ gewoontes met ‘nieuwe’ ambities. Volgens Engeström is dit juist positief. In plaats van conflicten of barrières te ontwijken, moeten we ze in het team net benutten als startpunt voor nieuwe (en sterkere) vormen van samenwerking. De ervaringen op deze grensgebieden van samenwerkende organisaties worden door Engeström grenservaringen genoemd.
De bouwsteen 'Verbinden' vraagt om een cultuuromslag. Het vraagt om investeren in een professionele lerende cultuur. Door over grenzen heen te groeien, creëren we niet alleen een sterker vangnet voor de leerling, maar ook een rijkere leeromgeving voor de professional. Door barrières en fricties niet uit de weg te gaan, maar ze te benutten als kansen, ontwikkelen we innovatieve aanpakken waar de leerling de vruchten van plukt.
[1] Van Dongen, J., & Goossens, W. (2018). Verbeterstrategie voor interprofessionele samenwerking. De Eerstelijns, 10(7), 29-31.
[2] Paju, B., Kajamaa, A., Pirttimaa, R., & Kontu, E. (2022). Collaboration for Inclusive Practices: Teaching Staff Perspectives from Finland. Scandinavian Journal of Educational Research, 66(3), 427–440. https://doi.org/10.1080/00313831.2020.1869087
[3] Kajamaa, A., & Lahtinen, P. (2016). Carnivalization as a new mode of collaboration. Journal Of Workplace Learning, 28(4), 188–205. https://doi.org/10.1108/jwl-11-2015-0084
[4] Hedegaard-Soerensen, L., Jensen, C. R., & Tofteng, D. M. B. (2018). Interdisciplinary collaboration as a prerequisite for inclusive education. European Journal of Special Needs Education, 33(3), 382–395. https://doi.org/10.1080/08856257.2017.1314113
[5] Engeström, Y (1987).LEARNING BY EXPANDING AN ACTIVITY-THEORETICAL APPROACH TO DEVELOPMENTAL RESEARCH. Helsinki: Orienta-Konsultit.
Besluit:
Inclusief onderwijs en interprofessioneel samenwerken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Inclusief onderwijs streeft ernaar om elke leerling, met of zonder SOB een plek te geven in het gewoon onderwijs. Dit kan alleen lukken door samenwerking tussen leerkrachten, schoolteams, ouders en externe professionals (jeugdhulp, zorg). Enkel door intensief samen te werken met alle betrokkenen kunnen we een gepast, flexibel aanbod creëren en drempels wegnemen om zo een inclusieve leeromgeving te realiseren.






